Soorten motoruitvoering. Het ontwerpen en bouwen van motoren is absoluut geen ABC-tje. Zeker vliegtuigmotoren zijn vaak technische hoogstandjes. Alle vliegtuigmotoren hebben in ieder geval meer cilinders, dus meer vermogen, dan een gemiddelde personenauto. Logisch, een auto weegt tussen de 1.000 en 2.000 kg ( is onder andere afhankelijk van het inkomen en de hobby van de eigenaar), kan maximaal 200 km/uur (waar dan?)  en staat normaal gesproken met 4 wielen op de grond. Een volgeladen bommenwerper weegt ongeveer 29.000 kg, moet ongeveer 500 km/uur kunnen vliegen en moet ook nog een paar kilometer de lucht in. Daarom volstaat een gewone 4 of 6 cilinder lijnmotor dus niet. Als eerste werden de cilinders groter gemaakt. Een zuigermotor van een Lancaster heeft een cilinderinhoud van 2,25 liter per cilinder. En dan te bedenken dat een Lancaster 4 x 12 = 48 cilinders heeft. Ook werden meerdere cilinders op 1 krukas geplaatst. Een van de uitvindingen was het plaatsen van cilinders in een stervorm. De Bristol Pegasus kreeg 9 cilinders op 1 as. Een voordeel van deze manier van bouwen was dat de motor relatief dicht tegen de vleugels aangebouwd kon worden. De stevigheid van de vleugels werd hierdoor minder aangetast. Ook de Duitsers hadden meerdere type stermotoren zoals de BMW motoren van de Heinkel 115 Een latere ontwikkeling van de stermotor is de zogenaamde Bristol Hercules.Dit is een 14 cilinder 2 rijen stermotor. Om ruimte te besparen tussen de verschillende cilinders werden de inlaat en uitlaatkleppen vervangen door schuiven die om de zuigers zaten. Het bewegen van de schuiven werd gedaan door middel van tandwielen. 10 tallen tandwielen. Een andere manier om meer vermogen uit een motor te persen was het plaatsen van 2 motor- blokken tegen elkaar, de zogenaamde V motor. In een V-motor zijn steeds 2 zuigers met 1 tap van de krukas verbonden. Hierdoor kan de motor relatief kort blijven en heeft hij ongeveer het dubbele vermogen. De meest beroemde V- motor in een vliegtuig is wel de Rolls-Royce Merlin. Hier zijn er meer dan 150.000 van gebouwd. Het hele alfabet. In de race om het maximale uit een vliegtuigmotor te persen werden de meest gekke uitvoeringen bedacht. Deze werden aangegeven met letters. Vooral de H en de X motoren waren vrij zeldzaam. Van de H-motor is de Napier Sabre een heel bekend voorbeeld. Deze werd toegepast in de Hawker Tempest en Hawker Typhoon. In het museum is er 1 geplaatst in de middengang. De meest unieke motor is wel de X motor. De bouwer, Rolls Royce, heeft als het ware twee V motoren aan elkaar geplakt en als 24 cilinder Vulture aan een AVRO Manchester gehangen. Dit was geen succes. De Manchester was een robuust vliegtuig met een fantastisch laadvermogen en stevigheid. Alleen de X- motor gaf teveel problemen. In totaal zijn er maar 209 Manchesters en 538 Vulture-motoren gebouwd. De Vulture werd stukgeknipt en werd de Merlin. De tweemotorige Manchester werd voorzien van 4 motoren en werd de wereldberoemde Lancaster. Van je fouten moet je leren dus. Over de kop. Net als met auto’s zijn Duitsers met vliegtuigmotoren vaak heel inventief. De jachtvliegtuigen Messerschmitt 109 en de latere versies van de Focke Wulf 190 werden uitgevoerd met V motoren die ondersteboven hingen. De zogenaamde Inverted engines. Een voordeel van deze manier van monteren was dat de piloot iets meer uitzicht had, de motoren eenvoudiger te onderhouden waren van onderaf en dat het zwaartepunt iets lager lag.