Medewerker aan het woord Mijn leven bij de ARG   Hoe ik er toe gekomen ben om vrijwilliger te worden? Het begon ongeveer 27 jaar geleden, ik was vakantie op Texel toen mijn neef Bram van Dijk binnenvoer met zijn boot de TX52 aan de kade van Oudeschild. Op het dek van zijn boot lag een stukje van een stermotor. Een cylinderkop met de uitlaat er nog aan vast. Hij vertelde mij dat hij dat stukje vliegtuug (op zijn Texels), had opgevist. Meteen was ik er in geïnteresseerd want dat had ik nog nooit gezien. Een stuk van een vliegtuig uit de oorlogstijd nog wel. Tot mijn grote vreugde zei hij dat ik het wel mocht hebben. Het stuk mee naar huis genomen. Ik gunde mezelf amper tijd voor om te gaan eten, dus snel het hele brok schoongemaakt. Toen gingen mijn gedachten verder: Van wat voor vliegtuig zou dat zijn geweest? Engels,Duits of Amerikaans? Meteen de zaterdag erna een boek gekocht bij De Slechte in Haarlem met alle vliegtuigmotoren uit de Tweede Wereldoorlog. Zo vond ik uit dat het stuk motor dat ik had gekregen een cilinderkop van een Amerikaanse B17 bommenwerper was. De week erop zijn we weer even naar neef Bram van Dijk op Texel gegaan om te laten zien hoe dat stuk er nu uitzag, het leek bijna nieuw. Tijdens dit bezoek vertelde neef Bram mij dat er dicht bij ons thuis een museum was van neergestorte vliegtuigen. Ik had er nog nooit van gehoord. Na veel zoeken en vragen in de polders van Assendelft werd ik gestuurd naar de Kruitkamer (het kleine museum). Daar trof ik buiten het museum Johan Graas en Bart Mulder, druk aan het werk om de parkeerplaats op te hogen. Na een praatje met Johan Graas werd ik naar binnen gestuurd: “ga maar rustig even kijken”. Het sprak mij ontzettend aan, hier lagen nog veel meer motoren en andere spullen van vliegtuigen. Ik ben toen direct donateur geworden. Johan vroeg ook of ik geen zin had om medewerker te worden. Daar heb ik 1 week over nagedacht en ben het maar geworden. In de weken daarop werd ik ingewijd in de bezittingen van de stichting ARG zoals een opslagruimte (Fort Veldhuis) en een ontzettend slechte aanhanger. Johan vroeg mij of ik zin had om met de toenmalige medewerkers Fort veldhuis op te knappen en zogezegd zo gedaan. Eerst het fort winddicht gemaakt door ongeveer 150 raampjes vervangen (gelukkig kan ik glas snijden). Hierna aan de verlichting gewerkt. Alles was stuk of weg, met een zeer klein budget (35 gulden) hebben we alle verlichting gerepareerd. Tot deze tijd werkte een deel van de verlichting op een aggregaat. Als je moest boren moest je eerst de verlichting uit doen anders had de boormachine geen kracht. Het fort was toen niet open voor het publiek. Wel gingen we 1 keer open tijdens open monumentendag. De belangstelling was zo groot dat we mensen met kleine groepjes moesten rondleiden. Toendertijd was alleen de kruitkamer iedere week geopend. Later is het omgedraaid want de mensen hadden ook interesse in Fort Veldhuis zelf. Het verplaatsen van het museum naar Fort Veldhuis een goede zet is gebleken. Na 27 jaar is zelfs het grote fort te klein om alle opgegraven brokstukken tentoon te stellen. Volgend seizoen zal het weer interessanter worden, want er zijn een paar goede ideeën die deze winter uitgevoerd zullen worden. Door de weeks hou ik met nog 2 andere medewerkers ons bezig met ons onderzoekschip, de ARGonaut. Deze Oost-Duitse patrouilleboot doet nu onderzoeken naar vliegtuigwrakken in Markermeer en het IJsselmeer. Er zijn al een aantal wrakken met deze boot onderzocht en we gaan verder want er liggen er nog wel een stuk of 700…….. Hier laat ik het bij, als u ons wilt bezoeken, kom dan rustig langs.   Bram van Kan